Pedagogisch beleidsplan van KDV “de Oogappel”.

 

Inleiding

Het kinderdagverblijf gevestigd aan de Saaftingestraat 314 A te Amsterdam is geopend in november 2008. Er wordt kinderopvang geboden in de vorm van dagopvang, op een verticale groep in de leeftijd van 0-4 jaar.

De kinderen kunnen maximaal 11  uur per dag opgevangen worden op het kinderdagverblijf. De openingstijden liggen tussen 7.30 uur en 18.30 uur.

In het pedagogisch beleidsplan laten wij zien welke keuzes wij hebben gemaakt en hoe en waarom wij gekomen zijn tot onze specifieke werkwijze.

Er wordt uitsluitend gewerkt met gediplomeerde pedagogisch medewerkers, die de kinderen begeleiden in hun individuele ontwikkeling en in het samenleven in de groep. Deskundigheid, motivatie en uitstraling zijn de basisfactoren van waaruit wij het team samenstellen.

Tevens wordt er op bij “de Oogappel” ook gewerkt met pedagogisch medewerkers in opleiding (BOL-stagiaires  MBO PW 3/PW 4). Stagiaires worden altijd boventallig op een groep geplaatst. Stagiaires kunnen alleen naar vermogen ingezet worden als invalkracht in de laatste 3 maanden voor het behalen van het diploma. Hierbij worden de voorwaarden van de cao-kinderopvang aangehouden.

De pedagogisch medewerkers worden ondersteund door de stagiaires bij het verstrekken van de maaltijden, verschonen en naar bed brengen, spelletjes, buitenactiviteiten en het reguliere buitenspelen.

 

Pedagogisch beleid

In het pedagogisch beleid gaat het over het hoe en waarom van het handelen van de pedagogisch medewerkers met de kinderen.

De definitie hiervan is het volgende:

“Alle formele en informele afspraken die tezamen continuïteit en gelijkgerichtheid geven aan het handelen met betrekking tot de opvoeding en ontwikkeling van de kinderen”. Het gaat hierbij dus alleen om het handelen in de opvoeding, zoals: het begeleiden van kinderen in een veilige, sfeervolle en geborgen omgeving, waarin het kind zijn gevoelens kan uiten, leert andere kinderen te respecteren en het aanmoedigen van kinderen in hun ontwikkeling.

Pedagogische doelstelling

Door het kind naar een kinderdagverblijf te brengen kiest de ouder/verzorger voor opvang in een groep. Voor het kind betekent dit een andere omgeving met andere mogelijkheden dan in de thuissituatie. Voor kinderen is het kinderdagverblijf een plaats om elkaar te ontmoeten en te leren kennen, met elkaar te spelen, te eten en te slapen, om met elkaar rekening te houden en van elkaar te leren en ervaringen op te doen die anders zijn dan in de thuissituatie.

De ruimte in het kinderdagverblijf is speciaal voor kinderen ingericht en biedt vaak meer of andere mogelijkheden tot spelen dan de thuissituatie. In het kinderdagverblijf wordt gericht aandacht besteedt aan de individuele ontwikkeling van ieder kind: taal, creatief spel, het oefenen van vaardigheden, zelfstandigheid, het tonen van respect voor elkaar, het ontdekken van de eigen mogelijkheden en het omgaan met regels en grenzen. Het kinderdagverblijf biedt daardoor aan ouders een verbreding van de opvoedingssituatie.

Door deze verbreding van de opvoedingssituatie krijgen meer mensen dan alleen de ouders/verzorgers met het kind te maken. De ouders mogen van de pedagogisch medewerkers een zekere ondersteuning bij de opvoeding verwachten. Ondersteuning in de zin van betrokkenheid bij het kind en indien ouders daaraan behoefte hebben, meedenken met de ouders inzake opvoedingsvragen. Dit meedenken krijgt gestalte in diverse overlegvormen  en is wederzijds; ook de pedagogisch medewerker kan ondersteuning van de ouder nodig hebben.
Ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat hun kinderen tijdens hun afwezigheid goed verzorgd en begeleid worden en dat de ruimte waarin de kinderen verblijven aantrekkelijk, veilig en schoon is. Tevens mogen zij verwachten dat er zorgvuldig met hun kinderen wordt omgegaan; dat zij met vragen, opmerkingen, wensen en klachten terecht kunnen en dat zij voldoende geïnformeerd worden.

 

Samengevat betekent kinderopvang in een kinderdagverblijf: een opvoedingssituatie door meer verzorgers en een andere omgeving met andere mogelijkheden. Het wordt zo een aanvulling op de opvoedingsactiviteiten van de ouders/verzorgers.

Een kind moet zich kunnen ontplooien in een kinderdagverblijf. Kinderopvang in een kinderdagverblijf betekent meer dan “gezellig bezig zijn met kinderen”. Om een basis te leggen voor het pedagogisch beleid hebben we uitgangspunten geformuleerd. Deze uitgangspunten zijn een kader voor alle pedagogisch handelen en voor het leefklimaat in het kinderdagverblijf.

 

Uitgangspunten

  • Ieder kind heeft recht op respect. Dat wil zeggen dat het serieus wordt genomen en dat het kan rekenen op begrip en verdraagzaamheid.
  • Elk kind is een uniek individu en dient als zodanig te worden geaccepteerd en gewaardeerd.
  • Ieder kind heeft de behoefte en het recht zijn mogelijkheden te onderzoeken om zich te ontwikkelen tot een vrij en zelfstandig mens.
  • Om zich te kunnen ontwikkelen is het noodzakelijk dat een kind zich veilig en vertrouwd voelt en weet dat de pedagogisch medewerker beschikbaar is wanneer het kind haar nodig heeft. Daardoor krijgt het kind zelfvertrouwen wat weer leidt tot het verlangen en zoeken naar nieuwe uitdagingen, naar een grotere zelfstandigheid.
  • Ieder kind heeft de behoefte en het recht op aandacht van een volwassene die in de behoeftes van het kind voorziet. Het kind heeft behoefte aan voeding, slaap, genegenheid en verzorging.
  • Ieder kind heeft individuele aandacht en zorg nodig, waarbij het belang van de groep als geheel niet uit  het oog verloren wordt. Het individu mag niet lijden onder de groep en de groep mag niet lijden onder het individu.
  • Door het oefenen in zelf doen groeit het zelfvertrouwen en zelfstandigheid maar wanneer dit niet lukt moet het kind op iemand kunnen terug vallen, iemand die het begrijpt en de kans krijgen het weer opnieuw te proberen.

 

De pedagogische doelstelling van kinderdagverblijf  “de Oogappel”

Het creëren van een zoveel mogelijk huiselijke sfeer waarin de kinderen zich veilig en vertrouwd voelen. Het scheppen van een verantwoorde opvoedingssituatie waar ze zich kunnen ontwikkelen tot zelfstandige, evenwichtige en sociaal vaardige mensen. Die respect hebben voor zichzelf en elkaar en die de ruimte krijgen hun gevoelens te uiten.

 

De ontwikkeling van het kind van 0 t/m 4 jaar

Een pasgeboren baby is totaal afhankelijk van anderen, maar binnen vier jaar kan het kind zich zelfstandig voortbewegen, leert het begrippen en regels, leert het spreken en samen met andere spelen, tanden poetsen en zichzelf aan-en uitkleden.

Het kind ontwikkelt zich op zijn eigen wijze en in zijn eigen tempo. Elk kind heeft zijn eigen capaciteiten, intelligentie en temperament. Daarnaast speelt de situatie waarin het kind opgroeit en de mensen waarmee het kind te maken krijgt een belangrijke rol in de manier waarop het kind zich ontwikkelt.

In het kinderdagverblijf kan de pedagogisch medewerker voor een zodanige sfeer in de groep zorgen dat het kind zich op zijn gemak voelt en zo positief de ontwikkeling beïnvloed.

Ieder kind heeft in een positieve sfeer de behoefte en nieuwsgierigheid om zijn eigen vermogens te gebruiken en te vergroten.

Het kind wil zaken en situaties onderzoeken en zich zo ontwikkelen tot een zelfstandig mens.

 

In eerste instantie kan een baby alleen maar liggen maar gaandeweg leert de baby zijn bewegingen steeds beter te beheersen, hij zal zich uiteindelijk kunnen omdraaien, grijpen, zitten, zich optrekken, kruipen en lopen.

In eerste instantie zwaait hij wat ongericht om uiteindelijk doelbewust naar voorwerpen te grijpen. De zintuiglijke ontwikkeling is in volle gang. Geluiden, kleuren en vormen zijn prikkels die uitnodigen tot onderzoek. Baby’s zijn steeds bezig met het betasten en beproeven van voorwerpen, ze kijken en luisteren geboeid en reageren sterk op prikkels van buitenaf.

Naarmate de baby ouder wordt en kan kruipen gaat hij de omgeving nader onderzoeken. Het kind krijgt een beginnend besef van oorzaak en gevolg.

 

De taalontwikkeling is een heel belangrijk onderdeel van de totale ontwikkeling, dit is de belangrijkste communicatiemogelijkheid. Gevoelens, ervaringen, feiten en situaties benoemen en onder woorden brengen maakt begrijpen en herinneren mogelijk.

De leefwereld wordt daardoor geordend en veilig. De pedagogisch medewerkers zorgen voor variatie in prikkels en weten de hoeveelheid prikkels te doseren. Het spelmateriaal en de inrichting is vooral gericht op zintuiglijk plezier. Materiaal om naar te kijken en te luisteren, in beweging te zetten, te betasten en te beproeven.

Kinderen worden regelmatig in de box of op een speelkleed gelegd, zowel op de buik als op de rug, om de spieren in de rug en nek te ontwikkelen en om veilig te kunnen rollen.

 

Het allermooiste speelgoed voor de baby is de mens. De stem, de ogen en het gezicht van de leidster spelen een belangrijke rol bij de taalverwerving. De pedagogisch medewerker zal tijdens de verzorgende werkzaamheden naar het kind kijken. Door te reageren op de baby en de baby op de pedagogisch medewerker te laten reageren wordt het kind gestimuleerd tot communicatie. Praten tegen het kind en benoemen wat het kind ziet is bevorderend voor de taalontwikkeling.

 

Het gebruik van luide muziek zal voor de kleinste kinderen beperkt blijven omdat kleine kinderen nog geen geluiden kunnen selecteren. Muziek kan een storende factor zijn bij een gesprek tussen pedagogisch medewerker en kind.

Lichamelijk contact is spel voor de baby: knuffelen, aaien en wiegen is uitermate belangrijk voor zijn welzijn en ontwikkeling. De pedagogisch medewerker zal ingaan op uitingen en gevoelens zowel verbaal als non-verbaal, zodat de baby een gevoel van veiligheid en vertrouwen ontwikkelt.

Na verloop van tijd zal de baby onderscheid maken tussen bekenden en onbekenden en uiteindelijk een éénkennigheidfase ondergaan. Maar de interesse in de andere kinderen zal toenemen. De baby’s lachen en brabbelen naar elkaar. De pedagogisch medewerker zal dit contact stimuleren door baby’s in elkaars nabijheid te brengen, bijvoorbeeld in een wipstoeltje. Bij het slapen liggen de kinderen in een bedje op een vaste plaats.

 

Als het kind kan lopen wordt de bereikbare omgeving van het kind groter en biedt meer mogelijkheden. Ieder kind heeft grote behoefte aan beweging, wat ook heel belangrijk is voor het kind. Het kind ontwikkelt zich spelende verder door het vastpakken van voorwerpen.

Het kind zal steeds gedetailleerder dingen zien, horen, proeven en voelen. Langzaamaan leert het kind kleuren, maten, vormen en begrippen.

Het kan zich een voorstelling maken van bepaalde zaken, maakt plannetjes en voert ze uit.

 

Vanaf het derde jaar wordt het hoe en waarom van de dingen belangrijk voor het kind. De fantasie ontwikkelt zich zo dat werkelijkheid en fantasie wel eens verward worden.

De dreumes begrijpt veel meer dan hij kan zeggen met woorden. Het zelfbewustzijn groeit en het “ik-besef” wordt ontwikkelt. Het kind kan ‘nee’ moeilijk accepteren; het kind wordt opstandig. Hij heeft deze fase nodig om zelfbesef en wilskracht te ontwikkelen en zijn grenzen te ervaren. Wanneer ook het “jij-besef” ontstaat leert het kind geleidelijk aan rekening te houden met anderen omdat hij zich gaat realiseren dat anderen ook behoeften hebben.

De meeste peuters kunnen vanaf drie jaar redelijk verwoorden wat zij willen en kunnen. Het contact met de groepsgenootjes groeit, de zelfstandigheid en de onafhankelijkheid worden groter.

 

De kinderen krijgen voldoende ruimte en gelegenheid om zowel binnen als buiten hun grove motoriek te ontwikkelen. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan de fijne motoriek door het aanbieden van bepaald materiaal.

Zo is het vasthouden van een potloodje of een kinderschaartje, het verven met de handen of een kwastje en het spelen met klei of zand bevorderlijk voor de motoriek.

 

Het kind leert het verloop van de dag kennen door de vaste dagindeling, het leert de regels te begrijpen, de pedagogisch medewerkers zullen de vragen van het kind naar het “hoe” en         “waarom” zoveel mogelijk duidelijk beantwoorden. Daardoor leert het kind situaties en de wereld om zich heen kennen en begrijpen. Het houden van gesprekjes, vertellen, voorlezen, boekjes bekijken en liedjes zingen behoort tot de dagelijkse bezigheden  van de leidsters. Omdat kinderen veel leren door imitatie wordt door alle medewerkers in correcte en begrijpende taal gesproken. Verkeerd uitgesproken woorden worden op speelse manier verbeterd.

De dreumesen beleven veel plezier aan elkaars aanwezigheid maar spelen voornamelijk voor zichzelf. De pedagogisch medewerker stimuleert dit plezier in het samen zijn bijvoorbeeld door aan tafel samen liedjes te zingen voor het eten.

Wanneer ook het “jij-besef” ontstaat kan het spelen zich ontwikkelen van naast elkaar tot met elkaar.

 

De kinderen gaan meer met hun fantasie aan de gang. Hun spel wordt ingewikkelder en krijgt steeds meer een bedoeling. De behoefte aan de vertrouwde pedagogisch medewerker schuift steeds meer naar de achtergrond. De wetenschap dat zij aanwezig is en beschikbaar is wanneer het nodig is, geeft het kind voldoende vertrouwen om zelfstandig te spelen en te ondernemen. Ze worden gerespecteerd en gestimuleerd in hun zelfstandigheid. Maar vergeten niet dat zij ook behoefte hebben aan een knuffel of aai over de bol.

 

Naast het vrije spel wat belangrijk is en waar dagelijks tijd en ruimte voor is, worden er in de groep gerichte activiteiten ondernomen. Vaak met een doel zoals kennismaking met materiaal, iets maken of samenwerking. De pedagogisch medewerkers weten welke activiteiten aansluiten bij het ontwikkelingsniveau, de interesse en mogelijkheden van het kind.

 

Het kind is een individu en heeft behoefte aan de momenten van alleen zijn en momenten van samen zijn. Die gelegenheid krijgt het voldoende. Een kind wordt niet gedwongen om deel te nemen aan een bepaalde activiteit. De pedagogisch medewerker kan het kind wel aanmoedigen tot deelname aan het spel of de activiteit en het daarbij ondersteunen. Zij zal het kind ondersteunen door het te helpen zelf te doen of het samen nog eens proberen.

 

Sociale veiligheid

We vinden het erg belangrijk in de groep een sfeer te creëren van veiligheid en vertrouwen. Elk kind mag er zijn en hoort erbij. We proberen het ‘samen spelen en samen delen’ te stimuleren door gezamenlijke activiteiten te ondernemen zoals met z’n allen naar de speeltuin of naar buiten. Maar ook doen we activiteiten met maar een paar kinderen tegelijk, zoals verven, naar de bakker of het konijntje voeren. Het is fijn je even speciaal te voelen. Tijdens de rustige momenten dat we aan tafel zitten, komen er bij de kinderen hele gesprekken los. We letten erop dat iedereen die wat wil vertellen ook de kans krijgt, en dat de kinderen naar elkaar luisteren. Verlegen kinderen proberen we door wat vragen te stellen bij het gesprek te betrekken. Verder stimuleren we de kinderen bijvoorbeeld om samen een toren te bouwen of met de treinbaan te spelen. Maar ook proberen we de kinderen juist te leren hun eigen grens aan te geven en voor jezelf op te komen als ze ondergesneeuwd worden door mondigere kinderen.

 

De sociale competenties

Een kinderdagverblijf biedt een optimale gelegenheid voor het ontwikkelen van sociale vaardigheden. Gedurende de hele dag doen zich situaties voor waarin kinderen samen spelen, samen delen en samen conflicten proberen op te lossen. De pedagogisch medewerkers zullen de kinderen hier zoveel mogelijk in begeleiden. Ze doen dit allereerst door zelf het goede voorbeeld te geven; maar ook door het gedrag van de kinderen te benoemen, het invoelingsvermogen te stimuleren en de kinderen waar nodig bij te sturen. Onder andere de volgende vaardigheden hebben onze aandacht:

 

  • Leren samen te spelen en te delen
  • Leren elkaar te helpen
  • Leren luisteren naar elkaar
  • Leren op te ruimen en zuinig te zijn op eigen spullen en die van anderen
  • Als kinderen elkaar pijn doen of ruzie maken; het samen uitpraten en het weer goed maken.
  • Respect hebben voor elkaar maar ook voor jezelf durven opkomen
  • Bepaalde grenzen en sociale regels leren in verschillende situaties, ze accepteren en nakomen
  • Leren banden op te bouwen met kinderen en volwassenen

 

De persoonlijke competenties
De persoonlijke competenties hebben we opgedeeld in de cognitieve ontwikkeling, de emotionele ontwikkeling en de motorische ontwikkeling.

 

Cognitieve ontwikkeling

Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo, op zijn eigen manier en niveau. Uitgaande van de mogelijkheden van elk individueel kind worden spelmateriaal en activiteiten aangeboden die een beroep doen op de cognitieve ontwikkeling. Wij vinden het belangrijk de kinderen de mogelijkheid te bieden zelf hun omgeving te exploreren en de mogelijkheden van diverse materialen te ontdekken. In het uiteindelijke resultaat van de activiteiten zal de individuele creatieve inbreng van elk kind een grote rol spelen.

 

Emotionele ontwikkeling

Wij vinden het belangrijk dat het kind zijn emoties kan uiten. Daarom proberen we op de groep een sfeer te scheppen van veiligheid en geborgenheid en leren de kinderen respect te hebben voor elkaars gevoelens. Door erover te praten proberen we de emotie van het kind een plek te geven. De wat oudere kinderen stimuleren we hun emoties te verwoorden. We proberen er bijvoorbeeld achter te komen waarom een kind boos of verdrietig is en zoeken dan samen naar een oplossing. Soms zal het kind het willen uitpraten, een andere keer wil het gewoon zijn boosheid uiten, even alleen zijn, of juist persoonlijke aandacht. Ons uitgangspunt hierbij is dat we per moment en per kind bekijken hoe we op een goede wijze op de emoties van het kind kunnen reageren.

 

Motorische ontwikkeling

Grove motoriek
Gedurende het eerste levensjaar ontwikkelt het kind zich zeer snel en is de motorische ontwikkeling van maand tot maand te volgen. Het kind beschikt nog vrijwel uitsluitend over een grove motoriek. Deze bestaat onder andere uit zwaaien, kruipen en gaan staan. De pedagogisch medewerkers stimuleren de motorische ontwikkeling met name door het aanbod van divers, op het kind afgestemd spelmateriaal. Ook wordt tijdens het buitenspelen en in zang- en dansspelletjes aandacht besteed aan de grove motoriek

Fijne motoriek

De fijne motoriek bestaat uit kleine bewegingen die je met je handen en vingers maakt. De fijne motoriek wordt gestimuleerd door met kinderen te knutselen, tekenen, puzzelen, in de tuin te werken en te bouwen met constructiematerialen en dergelijke.
Verder proberen we de kinderen in de dagelijkse dingen als eten en aankleden steeds meer zelfstandigheid mee te geven.

 

Overdracht van normen en waarden

Om de kinderen bepaalde normen en waarden mee te geven die in onze samenleving belangrijk worden gevonden, is het ten eerste belangrijk zelf als pedagogisch medewerker het goede voorbeeld te geven. Kinderen leren op jonge leeftijd vooral door het in zich opnemen van wat er in de wereld om hen heen gebeurt. Pedagogisch medewerkers zijn zich erg bewust van hun voorbeeldfunctie, en naast dat ze letten op hun tafelmanieren of omgangsvormen, staat voorop het kind en collega’s te behandelen zoals je zelf ook het liefst behandeld zou willen worden. Normen en waarden die wij belangrijk vinden zijn onder andere: niet vloeken, het vragen als je iets wilt hebben, opruimen na het spelen, tafelmanieren (eerst de korstjes opeten, aan tafel blijven zitten en met de mond dicht eten), niet slaan of schoppen en je excuses aanbieden of een kusje/handje geven om het weer goed te maken als er iets vervelends gebeurd.

 

Corrigeren en belonen

De pedagogisch medewerker begeleidt een kind door niet meer en niet minder te verwachten dan het kind qua ontwikkelingsniveau aankan. Het is voor een kind belangrijk om te weten waar de grenzen liggen. Dit kan het kind leren door het vriendelijke, duidelijke en consequente optreden van de pedagogisch medewerker.

Het positief benaderen, het prijzen van gewenst gedrag van het is erg belangrijk. Wij corrigeren de kinderen en spreken niet echt van straffen. De pedagogisch medewerker keurt gedrag af wanneer het belang van de andere groepsgenootjes in het gedrang komt. Het gedrag wordt hierbij afgekeurd, niet het kind zelf.

Wij corrigeren ongewenst gedrag consequent, dus niet de éne keer wel en de andere keer niet. We laten ook duidelijk merken dat de ´straf´ over is, een ´straf´ heeft een begin en een eind.

 

Bijzonderheden of problemen in de ontwikkeling

Alle kinderen zijn uniek en ontwikkelen zich op hun eigen manier, in hun eigen tempo. Maar als een kindje zich zodanig anders, langzamer of sneller ontwikkeld dan zijn of haar leeftijdsgenootjes, kan het zijn dat er hulp van buiten af nodig is. Het kindje zal misschien net wat meer, extra of speciale aandacht nodig hebben, die wij als KDV niet altijd kunnen bieden. Dit zien wij absoluut niet als een probleem, maar juist een manier om het kindje te helpen, en zo communiceren wij het ook ten alle tijden naar de ouder/verzorger.
Als ouders naar ons (pedagogische medewerker of leidinggevende) toekomen met vragen of problemen in de opvoeding of ontwikkeling, gaat een vaste pedagogisch medewerker een gesprek aan met de ouder(s). Hierin wordt besproken of de pedagogisch medewerkers hier ook tegenaan lopen, en wat een oplossing hiervoor zou kunnen zijn. Pedagogisch medewerkers kunnen de ouder(s) altijd doorverwijzen naar het Ouder- en Kind Team Osdorp, of onze Ouder- en Kindadviseur. De contactgegevens staan in de sociale kaart van de “Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling”.
Ook kan het zijn dat de pedagogisch medewerkers eventueel afwijkend gedrag of problemen in de ontwikkeling constateren. Zij observeren het kindje een aantal keer, en maken daar een verslag van. Ook bespreken zij het met de naaste collega’s en met de leidinggevende. Hiervoor wordt z.s.m. een groepsoverleg gepland. De leidinggevende biedt de ondersteuning aan de pedagogisch medewerkers en begeleidt het proces. Ook zal zij 3x 20 minuten het kindje komen observeren en hier verslag van doen. Zij bepaald dan uiteindelijk of hulp van buitenaf wenselijk is.
Als hulp van buiten af wenselijk is, schakelt de leidinggevende de ouders in en plant een gesprek, samen met een vaste pedagogisch medewerker van de groep van het betreffende kindje. In dit gesprek wordt besproken waar de pedagogisch medewerkers tegenaan lopen, wat zij geconstateerd hebben, hoe de ouders dit ervaren en het advies van het inschakelen van hulp van buitenaf.
Hulp van buitenaf kan enkel en alleen maar met toestemming van de ouder(s)!!!
De leidinggevende kan om advies vragen bij de Ouder- en Kindadviseur.
Als KDV “ de Oogappel” hebben wij een vaste adviseur waar regelmatig contact mee is. Zij kan advies geven of ons eventueel doorverwijzen naar een andere instantie.
Ook kan Okido ingeschakeld worden: een medewerker van Okido kan komen om het kindje te observeren en vanuit hun standpunt een eventueel verder advies uit te brengen. Dit kan zijn extra individuele aandacht d.m.v. een extra pedagogisch medewerker op de groep, of thuis extra ondersteuning.
Problemen in de thuissituatie

Het kan voorkomen dat een kind afwijkend gedrag vertoond door gebeurtenissen of situaties in de privésfeer. Ouders vertellen niet altijd alles en kinderen zijn daar vaak te klein voor. Als pedagogisch medewerkers een vermoeden hebben van huiselijk geweld, verwaarlozing of misbruik, zijn zij verplicht de stappen te volgen van de “Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling”. Bij elk vermoeden moet direct de aandachtsfunctionaris/leidinggevende op de hoogte worden gesteld. Zij begeleidt het proces en biedt de ondersteuning aan de pedagogisch medewerkers bij elke te nemen stap. Ook wordt alles geregistreerd.

De “Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling” ligt op de groep en is inzage hierin is altijd mogelijk.

 

Groepsvorming

De keuze voor kinderopvang in een kinderdagverblijf is een keuze voor opvang van het kind in groepsverband. Kinderen leren hierdoor al vroeg en in zekere mate rekening met elkaar te houden. Om zich te kunnen ontwikkelen is het een voorwaarde dat de kinderen zich in de groep veilig en vertrouwd voelen. Het kind moet de kans krijgen om een band op te bouwen met de medewerkers en de groepsgenootjes. Die gelegenheid scheppen wij door zorg te dragen voor stabiliteit en continuïteit in de groep.

Dit laatste wordt bevorderd door:

  • vaste gezichten;
  • vast dagritme;
  • het liefst een minimale plaatsing van 2 dagen

Op de KDV “de Oogappel” is in het verleden gekozen voor opvang in een verticale groep, maximaal 16 kinderen per dag.

In de toekomst gaan wij weer opvang in twee horizontale groepen aanbieden. Een babygroep en een peutergroep. Dit voor de rust en regelmaat met activiteiten ed.

Groepsgrootte

Het aantal kinderen in een groep is afhankelijk van de volgende factoren:

  • de leeftijd van de kinderen
  • de beschikbare ruimte in het kinderdagverblijf

Door de Wet Kinderopvang is vastgesteld hoeveel kinderen in een groep geplaatst kunnen worden en hoeveel vierkante meters vloeroppervlakte per kind beschikbaar moet zijn.

Op kinderdagverblijf “de Oogappel” komt dit neer op:

  • 14 kinderen in de leeftijd van 0 tot 2 jaar (op drie pedagogisch medewerkers)
  • 15 kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar (op twee pedagogisch medewerkers)

De verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het aantal feitelijk gelijktijdig aanwezige kinderen in de stamgroep bedraagt ten minste:

  • 1 beroepskracht per 4 aanwezige kinderen tot 1 jaar;
  • 1 beroepskracht per 5 aanwezige kinderen van 1 tot 2 jaar;
  • 1 beroepskracht per 8 aanwezige kinderen van 2 tot 3 jaar;
  • 1 beroepskracht per 8 aanwezige kinderen van 3 tot 4 jaar;

 

Ruilen/extra opvangdagen
Als de ouder/verzorger één of meerdere dagen extra opvang wenst, of wilt ruilen, dient dit minimaal twee weken van tevoren schriftelijk aan te worden gegeven, door middel van een ‘aanvraagformulieren extra dag en/of ruildag’. Afhankelijk van de bezetting en het aantal pedagogisch medewerkers op die dag zullen wij dan kijken of dit mogelijk is, en dan ontvangt ouder/verzorger het aanvraagformulier ingevuld terug. Mocht er dringend een extra-/ruildag nodig zijn dan kan er altijd telefonisch contact opgenomen worden met een leidinggevende. Ruilen of extra dagen is alleen mogelijk als de bezettingsgraad het toelaat. Wij kiezen hiervoor in het belang van het kind.
Voor de extra dagen ontvangt u naderhand een aparte factuur.

Er mag niet geruild worden met nationale feestdagen of dagen waarop het KDV is gesloten. Deze sluitingsdagen worden per jaar, vooraf, al afgetrokken van het totaal aantal dagen per jaar. Er wordt dus voor deze dagen niet betaald.

 

3-uurs regeling                                                 

Het is toegestaan per dag gedurende maximaal drie uur af te wijken van de pedagogisch medewerker/kindratio. Dit mag op de volgende tijden:

  • Voor 9.30u
  • Tussen 13.15 – 14.45u
  • Na 17.00 – 18:30u

Verder gelden de volgende voorwaarden:

  • In totaal moet minstens de helft van het benodigde aantal pedagogisch medewerkers aanwezig zijn.
  • In totaal moet minstens de helft van het benodigde aantal medewerkers aanwezig zijn!
  • Afwijking moet in onze beleid (roosters) opgenomen worden

 

Vier ogen- en oren principe

Per 1 juli 2013 is wettelijk vastgelegd dat bij dagopvang van kinderen van 0 tot 4 jaar, een beroepskracht of beroepskracht in opleiding de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl hij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene.

Deze maatregel wordt het “vierogen- en orenprincipe” genoemd.

Binnen “de Oogappel” wordt het vierogen- en orenprincipe als volgt vorm gegeven:

De locatie is zoveel mogelijk transparant gemaakt d.m.v. ramen tussen groepsruimtes en gang, glas in deuren etc. Zodoende is er altijd zicht is op kinderen en collega’s. Ook de aanwezigheid en inzet van stagiaires (>18) wordt gebruikt om het vierogen- en orenprincipe te waarborgen.

Daarnaast zijn er in de leefruimtes camera’s aanwezig, die continue bekeken kunnen worden door derden (directie, oudercommissie).

De directie kan ook buiten de locatie meekijken door middel van een app op de telefoon. Ook zijn enkele ouders in het bezit van deze app. Deze ouders kunnen worden gevraagd mee te kijken als het een keer bij overmacht voorkomt dat er toch één pedagogisch medewerker alleen in het pand aanwezig zal zijn. Op momenten dat een pedagogisch medewerker alleen in het pand is worden kinderen niet in de slaapkamer gelegd. Baby’s die willen slapen worden in het evacuatiebedje aan het einde van de groep gelegd totdat de volgende persoon aanwezig is. Dit om ook in de slaapkamer het vierogen- en orenprincipe te kunnen waarborgen. In de slaapkamer is ook een camera maar deze kan alleen vanaf de groep bekeken worden. In de slaapkamers zijn ook babyfoons aanwezig om het vieroren principe te waarborgen. De leefruimtes kunnen ook vanaf kantoor en de app bekeken worden. 

Achterwacht Regeling

Op het kinderdagverblijf opent in principe 1 persoon om 7.30 uur.

Om 18.30 uur wordt er ook in door twee personen afgesloten in het pand, dit kan een stagiaire zijn, de houder of de collega van de BSO. Hier wordt enkel vanaf geweken als het aantal kinderen dit toelaat. Als een pedagogisch medewekere alleen opent of sluit kijkt er een leidinggevende mee vanaf de camera. Wij streven ernaar dat er elke dag minimaal één stagiaire aanwezig is, het liefst twee.
De stagiaires zijn minimaal 18 jaar en dienen tevens als achterwacht. In geval van nood kan P. Simsek, M. Mese of Y.Sahbaz gebeld worden. Zij kunnen dan in 10 minuten aanwezig zijn bij het kinderdagverblijf.

Taal, spelen en Piramide

Veel kinderen op het dagverblijf leren van huis uit meerdere talen spreken en hebben een verschillende culturele achtergrond. Ouders willen het beste voor hun kind, ook als ze straks naar school gaan.

“de Oogappel” hanteert mede om deze reden de Piramide methode.

Piramide is een werkwijze waarin bij de activiteiten voor de kinderen gewerkt wordt met thema’s en er systematische aandacht is voor alle ontwikkelingsaspecten voor kinderen van 2 tot 6 jaar. Bij “de Oogappel” wordt ervoor gekozen om dat op een speelse manier te doen, waarbij vooral activiteiten en onderdelen die voor de peuters van belang zijn zullen worden uitgevoerd. Dit gebeurt niet op een ‘schoolse manier’ , maar door middel van veel spelactiviteiten met de kinderen rondom thema’s. Daarbij is er aandacht voor de meertalige ontwikkeling van de kinderen door met activiteiten, boekjes, gesprekjes en spelletjes de taalontwikkeling op een speelse manier te stimuleren.

 

Tv-kijken

In de ruimte van de buitenschoolse opvang  is een televisie aanwezig. Deze wordt soms gebruikt op een rustig moment, of in samenhang met een thema.
De kinderen worden bij elkaar in een kring of op de banken gezet zodat de activiteit sociaal blijft. Achteraf kan er over gesproken worden met de kinderen, bijvoorbeeld waar het over ging, wat heb je gezien, etc.

 

Peuters kijken bijvoorbeeld naar:

  • Dora
  • Disney films (mits deze geschikt zijn voor deze leeftijd)
  • Bumba
  • Sesamstraat

Per week wordt er maximaal 2x 20 minuten televisie gekeken.

Hier wordt niet vanaf geweken; te lang tv-kijken is niet goed voor de kinderen, en bovendien verliezen de kinderen van deze leeftijd snel hun aandacht.

Dagritme baby´s

Er wordt zoveel mogelijk het eigen ritme van de baby aangehouden wat betreft de voeding, het slapen en het verschonen. Uiteraard moeten wij ook rekening houden met de schema´s van de andere kinderen. Het is belangrijk dat het kinderdagverblijfritme niet teveel afwijkt van het thuisritme.

Het verzorgen van de baby´s neemt een groot deel van de dag in beslag. Zo gaat het bij het voeden om meer dan alleen het toedienen van voedsel en bij het verschonen om meer dan een schone luier. Het spel met de handjes, voetjes en het gezicht biedt de baby veiligheid en vertrouwen.

Gaan baby´s over naar vaster voedsel dan eten zij rond 9.30 uur gezamenlijk een fruithap en om 11.30 een boterham of een warme hap.

Zo wordt er langzaam naar het vaste dagritme van het kinderdagverblijf toe gewerkt.

Dagritme

Het dagritme dat dient als leidraad voor de dag ziet er als volgt uit:

07.30 uur – 09.30 uur            De kinderen worden verwacht. Voor de ouders is er gelegenheid een praatje te maken. Vrij spel of een rustige activiteit voor de kinderen.

09.30 uur – 10.00 uur            Samen aan tafel om fruit te eten en wat te drinken. Er is gelegenheid voor een verhaaltje of een liedje.

10.00 uur – 10.15 uur            Verschonen, plassen en handen wassen

10.15 uur – 11.15 uur            De kinderen gaan een gerichte activiteit doen (maximaal ½ uur aaneengesloten), naar buiten of vrij spelen

11.15 uur – 11.30 uur           Samen opruimen en handen wassen

11.30 uur – 12.15 uur            Samen aan tafel voor de broodmaaltijd/warme maaltijd

12.15 uur – 12.30 uur            Voorbereiden op het middagslaapje; uitkleden, verschonen/plassen

12.30 uur – 14.45 uur           Slaapuurtje. De pedagogisch medewerkers treffen voorbereidingen voor de middag en de volgende ochtend.

14.45 uur – 15.00 uur            De kinderen worden gewekt.
Verschonen/plassen.

15.00 uur – 15.30 uur            De kinderen krijgen een sapje en een hapje (yoghurt, biscuittje, rijstwafel, soepstengel)

15.30 uur – 16.00 uur            De kinderen gaan een gerichte activiteit doen (maximaal ½ uur aaneengesloten), naar buiten of vrij spelen.

16.00 uur – 16.30 uur            Samen aan tafel voor een cracker of ontbijtkoekje en iets te

drinken

16.30 uur – 16.45 uur            Verschonen/plassen

16.30 uur – 18.30 uur            De kinderen worden opgehaald. Voor de ouders/verzorgers is er tijd en gelegenheid voor een praatje.

 

Verlaten Stamgroep

De kinderen verlaten regelmatig de stamgroep om buiten te spelen op onze eigen speelplaats of te wandelen. Verder wordt er jaarlijks een activiteitenplanning gemaakt voor een aantal buitenactiviteiten. In deze planning staat wie er meegaan (welke leeftijdscategorie) en wanneer ze wat gaan doen. Voor deze activiteiten worden er ook vaak ouders meegevraagd.

Deze geplande activiteiten zijn:

–  kinderboerderij

–  voorleesochtenden in de bibliotheek te Osdorpplein

–  spelen in de speeltuin Sloten

–  theatervoorstellingen in de Meervaart

–  geitenboerderij

–  Ballorig

–  Artis

–  Sint Maarten lopen bij het bejaardenhuis

Bij de buiten activiteiten wordt vooraf toestemming aan de ouders gevraagd. Door middel van het “Protocol Uitstapjes kinderen” kunnen de ouders dan hun toestemming verlenen. Dit kan zijn wandelend, met een busje of met het openbaar vervoer.

Wat mogen ouders verwachten van KDV “de Oogapel” tijdens:

  • Een wandelende activiteit
  • De grote kinderen gaan aan een evacuatiekoord en de baby’s in buggy’s/bolderkar.
  • Dit wandelen gebeurt in een veilige omgeving
  • Er gaat voldoende begeleiding mee.
  • Een activiteit met een auto/busje
  • De auto en/of busjes zijn voorzien van (inzittenden-)verzekering.
  • Alle kinderen zitten op een verhoging (zitje), in de veiligheidsriemen. Voor kinderen tussen 2 en 3 jaar zullen wij de ouder(s) vragen om een autostoel.
  • Alle deuren zijn voorzien van kinderslot.
  • Achter het stuur zit een pedagogisch medewerker met een rijbewijs en genoeg ervaring.
  • Er gaat voldoende begeleiding mee.
  • Een activiteit met het openbaar vervoer
  • Alleen kinderen van 2,5 jaar en ouder.
  • Begeleiding: 1 op 2 kinderen.

Elke activiteit buiten het KDV kan alleen plaatsvinden onder de volgende strikte voorwaarden:

  • De bezettingslijst van die dag gaat mee
  • Er gaat minimaal één telefoon mee. De pedagogisch medewerkers zorgen ervoor dat zij mobiel bereikbaar zijn, en kunnen bellen als dit nodig is.
  • Er wordt een EHBO-koffertje meegenomen (alleen bij een uitstapje langer als +/- 3 kwartier)
  • Er gaan verschoon- en verzorgingsartikelen mee (alleen bij een uitstapje langer als +/- 3 kwartier)
  • Er gaat voeding en/of drinken mee (alleen bij een uitstapje langer als +/- 3 kwartier)

 

Zie verder: “Beleid Uitstapjes Kinderen”

 

Vermissing van een kind

Kinderen zijn vliegensvlug en vaak naïef en dus is er een risico van het vermist raken van een kind, zowel tijdens de opvang op de KDV als tijdens een uitstapje. Voor KDV “de Oogappel” is het van groot belang dit ten alle tijden te voorkomen, en daarom hanteren wij daarvoor een preventief beleid. Deze bevat onder andere de volgende strikte regels:

  • Deuren en hekjes moeten altijd goed worden afgesloten
  • De dagelijkse bezettingslijsten worden goed en consequent bijgehouden
  • Op de eerste wendag van het kindje geven ouders/verzorgers aan wie het kindje wel of niet mag ophalen. Als iemand anders dan aangegeven het kindje ophaalt, wordt hij of zij NIET meegegeven
  • Bij uitstapje wordt er een goede voorbereiding getroffen: welk kindje zit bij wie, waar wordt er verzameld, wat doe je als je je leidster kwijt bent

 

Zie verder: “Beleid vermissing KDV”

 

 

Maaltijden

Het gebruik van de maaltijden en tussendoortjes is een gezamenlijke activiteit. Het gaat niet alleen om het eten en drinken maar om het contact met elkaar. De sfeer van het gezellig samen zijn en een rustmoment op de dag.

Het eten en drinken dient niet aan de kinderen opgedrongen te worden, eten moet iets leuks blijven, de kinderen worden positief benadert.

Wanneer de kinderen andere voeding gebruiken of een dieetvoeding moeten dan wordt er van te voren overlegt of de “de Oogappel”de voeding aanschaft of dat de ouder het zelf moet meenemen.

Op het kinderdagverblijf worden er elke dag vers bereide warme maaltijden verzorgd!

De maaltijden worden bereid en verzorgd volgens onze “Hygiënecode Kinderopvang de Oogappel”. Deze hangt ter inzage in de keuken, de pedagogisch medewerkers en de kok dienen deze te kennen.

De warme maaltijden worden altijd op een bord met bestek gegeven. De kinderen eten op de “de Oogappel” niet met de hand. Wij zullen uw kind stimuleren om met bestek (lepel of vork) te eten.

De broodmaaltijden worden ook op een bord gegeven.

 

Het kinderdagverblijf biedt een basispakket aan voeding aan. Dit bestaat uit:

  1. nutrilon, friso
  2. halfvolle melk, yoghurt/vla
  3. limonade, diksap
  4. crackers, soepstengels, rijstewafels, ontbijtkoek
  5. fruit
  6. vegetarisch warme maaltijden
  7. hartig beleg (smeerkaas/worst, kaas, vleeswaar)
  8. zoet beleg (appelstroop, pindakaas, jam)
  9. pap (nutrix groeiontbijt, volkoren, bambix)

 

Het wennen

Voor het kind is het heel belangrijk dat het de medewerkers leert kennen. De stap van thuis naar het kinderdagverblijf is voor zowel de ouders als het kind een belangrijke gebeurtenis. Het is fijn dat beide partijen van elkaar weten op welke manier KDV “de Oogappel” met de kinderen omgaan.

Op het kinderdagverblijf komen de kinderen in principe vier dagen wennen. Deze periode van wennen is belangrijk omdat:

–  Het kind vertrouwt raakt met de nieuwe omgeving, de groepsruimte, het kinderdagverblijf, de medewerkers, de groepsgenootjes, enz.

–  De ouders vertrouwd raken met de nieuwe situatie en een goede verstandhouding met de pedagogisch medewerkers kunnen ontwikkelen.

–  De zaken zoals voedingsschema´s, slaapritmen en omgang met het kind, thuis en in het kinderdagverblijf op elkaar afgestemd worden.

 

Wenschema:

  • Dag 1: Op deze dag vindt het intake-gesprek met de pedagogisch medewerkers plaats. De ouder/verzorgers blijft er 20 min. bij en vult dan een aantal formulieren in. Ook vertellen de pedagogisch medewerkers hoe het er op de groep aan toe gaat.
    Na deze 20 min. blijft het kind één uur wennen; de ouder/verzorger blijft er dan niet bij.
  • Dag 2: Het kindje blijft vandaag langer, namelijk twee uurtjes. De ouder/verzorger mag er het eerste kwartier bijblijven.
  • Dag 3: Het kind komt vandaag een ochtend Ook blijft het kindje dan bij ons eten. De ouder/verzorger mag er de eerste 10 min. bij blijven.
    Het kind kan tussen 12.00u en 12.30u weer opgehaald worden.
  • Dag 4: Dit is in principe de laatste wendag. Vandaag blijft het kindje ook slapen, en moet hij/zij om 00u weer worden opgehaald. De ouder/verzorger blijft er in principe niet bij, het is de bedoeling dat het kind alleen gebracht wordt.

 

Zindelijk worden

Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen wijze en in zijn eigen  tempo. Dit geldt ook voor het zindelijk worden. Een kind wordt zindelijk als het daar zelf aan toe is. Bij kinderen vanaf 2 jaar kan een begin worden gemaakt met het zindelijk worden. De kinderen worden gestimuleerd omdat ze elkaar op het potje of naar de wc zien gaan.

Het zindelijk maken gebeurt met een zachte hand, dwang helpt niet of zelfs averechts. De pedagogisch medewerker is alert op de reactie van het kind en zal regelmatig voorstellen om op het potje te gaan. Het weglaten van de luier gebeurt alleen na overleg met de ouders.

 

Trakteren

Een kind krijgt jaarlijks nogal wat traktaties aangeboden; bij verjaardagen of als iemand afscheid neemt. Vanuit KDV “de Oogappel” willen wij dat het klein maar vooral enigszins gezond blijft en daarom zijn er een aantal voorwaarden aan verbonden. Traktatie’s die niet in dit beleid passen, worden niet uitgedeeld.
–  Het liefst een leuke, gezonde traktatie met bijv. fruit (heel veel leuke ideeën te

vinden op internet) Een klein cadeautje (boekje, potloodjes, o.i.d.) kan ook leuk zijn!
–  Géén gesuikerd snoepgoed
–  Niet meer dan één traktatie
–  Een traktatie moet veilig zijn en geschikt voor de kinderen van de leeftijd waar het

voor bedoeld is (bijv. geen popcorn of cake voor baby’s)
–  Traktaties altijd in overleg met de pedagogisch medewerker
–  Het trakteren wordt gedaan op het moment dat kinderen hun tussendoortje

hebben, bijvoorbeeld rond de ochtendpauze of ’s middags, maar het mag ook iets

zijn dat tijdens de lunch gegeten kan worden (pannenkoek, poffertjes etc.)
–  De traktatie vervangt de cracker, soepstengel o.i.d., nooit het fruit. De traktatie kan

ook iets extra’s zijn bij de lunch
–  Het is verplicht een zelfbereide traktatie gekoeld aan te leveren

Feest vieren

Op KDV “de Oogappel” wordt aandacht besteed aan feestdagen zoals Sinterklaas, Kerstmis en Pasen. Omdat er op “de Oogappel” verschillende culturen samen komen, willen wij feestdagen die vanuit andere culturen gevierd worden ook aandacht geven, zoals bijv. het suikerfeest. Daarnaast worden verjaardagen en afscheidsfeesten van kinderen tot een bijzondere gebeurtenis gemaakt. Er wordt gezongen en getrakteerd. De jarige krijgt een mooie feestmuts op.

Omdat het feest vieren vaste programma onderdelen heeft zal het al snel voor ieder kind een vertrouwd gebeuren zijn.

Wanneer een kind bijna jarig is, wordt er met de ouders overlegd wat de bedoeling is. Ouders zijn niet verplicht om de verjaardag van hun kind op de opvang te vieren. Indien ouders de verjaardag wel willen vieren wordt er gezongen en getrakteerd. Ouders zijn ook niet verplicht om de pedagogische medewerkers te trakteren.

Omdat het feest vieren vaste programma onderdelen heeft zal het al snel voor ieder kind een vertrouwd gebeuren zijn.

De pedagogisch medewerker van wie het jarige kindje het mentorkindje is, zorgt ervoor dat alle voorbereidingen voor de verjaardag worden getroffen.

Wanneer een kind zijn of haar verjaardag viert op “de Oogappel” , dient het volgende te gebeuren:

  • Een verjaardagsmuts
  • Slingers ophangen in de groep
  • Aanplakbiljet bij de voordeur
  • Een cadeautje inpakken

Er wordt gezorgd dat het er leuk, vrolijk en netjes uitziet.

Een verjaardag wordt meestal ‘s middags gevierd, na het slapen rond 15.00u. Het jarige kind krijgt de verjaardagsmuts op en er zullen verschillende verjaardagsliedjes worden gezongen. Van de pedagogisch medewerkers wordt verwacht dat zij enthousiast deelnemen, en dat zij dit met hun volledige aandacht doen. Een verjaardag is voor een kind een spannende en leuke gebeurtenis, dus hier wordt actief op ingespeeld. Na het zingen krijgt de jarige job een cadeautje.

 

Wanneer een kind naar de basisschool gaat zal het afscheid nemen van KDV “de Oogappel” . Het is een afsluiting van een periode en het begin van een nieuwe periode. Met de ouder(s) wordt overlegt of ze het afscheid willen ‘vieren’ en wanneer.

Wanneer een kind naar de basisschool gaat, wordt het volgende gedaan:

  • plakboek met alle werkjes van het kind
  • aanplakbiljet
  • observatierapport *
  • afscheidscadeau kinderen *
  • afscheidscadeautje

 

*     Het observatierapport is een rapport over het kind waarin aandacht wordt besteed aan de volgende punten:

  • grove en fijne ontwikkeling
  • relatie kind-kind/relatie kind-leidsters/plaats in groep
  • omgang materiaal spelenderwijs
  • gezondheid
  • zelfstandigheid
  • relatie ouder(s)/verzorgers
  • overig

 

Het rapport wordt door de pedagogisch medewerkers ingevuld en moet altijd even nagekeken worden door één van de leidinggevenden. Het observatierapport vertaald hoe wij de ontwikkeling van het kind zien en kan door de ouder(s)/verzorgers aan de basisschool gegeven worden.

Het is uitermate belangrijk dat het observatierapport goed en naar waarheid wordt ingevuld. Overleg daarom altijd met je naaste collega en kun je ook altijd nog kleine testjes met het kind doen, om te kijken of het bepaalde dingen al wel of nog niet kan.

 

*     Het afscheidscadeau van de kinderen houdt in een mooi boekwerk met werkjes

van de kinderen van zijn/haar groep. Op verschillend gekleurd A4 papier worden werkjes (geverfd, getekend, gekleurd) geplakt en worden er korte tekstjes bijgeschreven. Ook alle medewerkers van “de Oogappel” kunnen een kort stukje schrijven in het boek.

Er wordt voor gezorgd dat het er vrolijk, leuk en netjes uitziet, en het word met zorg en aandacht gemaakt.

 

Ook wanneer een kind vroegtijdig “de Oogappel” verlaat, wordt bovenstaand protocol gevolgd.

Spenen en knuffels

Een speen of een knuffel kan voor een kind erg belangrijk, een hulpmiddel bij het slapen gaan of troost bij verdriet. Het kind leert bij ons om bij binnenkomst de speen of knuffel in het mandje of de tas te leggen tot dat het tijd is om naar bed te gaan.

Zo wordt het kind niet belemmerd in zijn spel of taalontwikkeling. Mocht het kind behoefte hebben aan troost bij verdriet dan heeft de pedagogisch medewerker de speen of knuffel bij de hand.

 

Slapen

Kinderen slapen bij KDV “de Oogappel” tot zij ongeveer 3,5 jaar zijn; daarna worden zij voorbereidt op de basisschool, en zullen zij dus niet meer slapen. De wakkere kinderen doen een rustige activiteit met de leidster(s) die nog niet pauzeren. Zij maken een puzzel, gaan kleuren of spelen lekker buiten.
Alle kinderen hebben hun eigen bedje inclusief hun eigen beddengoed/slaapzak.

Zodra de kinderen naar bed gaan worden de camera en de babyfoon aangezet en wordt er 1e half uur consequent elke 10 minuten gekeken in de slaapmaker! Als alle kindjes in slaap zijn gevallen blijven wij af en toe toch controleren.

Kinderen die huilen worden uit bed gehaald, of zij worden gesust in bed, tot ze (weer) slapen.

Kinderen onder de 2 jaar mogen niet op de buik in bed worden gelegd. Dit in verband met een vergroot risico op wiegendood.

Leg de baby altijd op de rug te slapen.
Het veiligst slaapt een baby op de rug. Uit zijligging rolt een baby al na een paar weken gemakkelijk op de buik. Leg een baby nooit op de buik te slapen. Niet één keer. Ook niet om te troosten. Soms is er een reden om van dit advies af te wijken.                                           Doe dat alleen met schriftelijke toestemming van de ouders!
Het is wel goed om het kindje regelmatig op de buik te leggen als het wakker is en er iemand op let. De baby enkele malen per dag een kwartiertje laten ontdekken en oefenen bevordert de motorische ontwikkeling.
Als een oudere en gezonde baby (1+) zich eenmaal vlot om en om kan draaien, en bij het slapen zelf kiest voor buikligging is het niet zinvol daar tegenin te blijven gaan. Let er dan wel extra op dat het bedje veilig is.

Gebruik geen hoofdonderleggers en/of hydrofiele luiers in bed!                 

Voorkom dat de baby te warm ligt.
Dekentjes zijn vaak te warm en daardoor riskant voor kinderen tot twee jaar. Bovendien liggen ze los, waardoor een kind er gemakkelijk onder kan raken.
Leg kinderen tot twee jaar daarom altijd in een slaapzak!
Kleed ook de baby niet te warm. Let op jezelf: als jij het benauwd krijgt, geldt dat ook voor een baby. Een zwetende baby is foute boel. Let altijd op het weer, de kamertemperatuur, warme zon, de kachel, etc.

Let op rust en regelmaat
 Baby’s zijn gevoelig voor verstoring van rust en regelmaat. Bijv. een drukke omgeving, verandering van omgeving, veel geluiden, brengen een zuigeling gemakkelijk van slag. Een verstoorde slaap kan het gevolg zijn. Dit geldt in bijzondere mate voor zogenaamde huilbaby’s. Beperk onrustige situaties in het eerste levensjaar.

Brengen en halen

Bij het brengen is er gelegenheid voor de ouders/verzorgers en het kind om te wennen, en samen bijvoorbeeld een puzzeltje te maken. Het brengen is een belangrijk punt van de dag. Het kind zal afscheid moeten nemen van de ouder/verzorger en dit kan voor sommige kinderen heel moeilijk zijn. De pedagogisch medewerker zal het kind overnemen bij het weggaan van de ouder/verzorger en dan gaan ze samen zwaaien. Zij zal het kind afleiden met spel waardoor het kind het eventuele verdriet snel vergeet.

De momenten van brengen en halen geven gelegenheid tot het uitwisselen van informatie en vragen aangaande het kind tussen ouder/verzorger en de pedagogisch medewerker.

Het is van belang de breng- en haaltijden in acht te nemen in verband met het dagritme. In overleg met de pedagogisch medewerker kan hier een enkele keer een uitzondering op gemaakt worden.

Op de eerste wendag van het kindje zal door de ouder/verzorger worden aangegeven wie het kindje wel (of eventueel niet) mag ophalen. Als iemand anders dan aangegeven het kindje wilt ophalen, en de pedagogisch medewerkers zijn daar door de ouder/verzorger niet over geïnformeerd, wordt het kindje NIET mee gegeven.

Ziekte van het kind

Een kind dat ziek is hoort in de ogen van KDV “de Oogappel” thuis te blijven. Een ziek kind heeft behoefte aan rust en zal op het kinderdagverblijf niet de aandacht kunnen krijgen die het op dat moment nodig heeft.

Onder ziek verstaan we onder andere het volgende:

  • koorts, d.w.z. een temperatuur van 38C of hoger
  • besmettelijke kinderziekten zoals mazelen, waterpokken, bof, rode hond, ernstige diaree en dergelijke.

Wij handelen over het algemeen volgens de richtlijnen van het GGD. Deze zijn aanwezig op het kinderdagverblijf en kunt u ten alle tijden inzien. Maar er wordt vooral gehandeld vanuit de behoeften van het kind.

Mocht het kind op het kinderdagverblijf ziek worden (bijv. 38 graden koorts), dan zullen de ouders hiervan op de hoogte gesteld worden.  Wij bekijken wij de situatie per keer en per kind. Een kind kan ook zonder koorts niet lekker in zijn vel zitten . Soms laten we het kind nog even een uurtje spelen of slapen, is de koorts daarna gestegen moet het kind toch opgehaald worden.  Onze pedagogisch medewerkers zullen altijd pas na overleg met collega(’s) of leidinggevende beslissen om de ouders te bellen. Het kind dient dan z.s.m. opgehaald te worden.

Het is belangrijk dat de pedagogisch medewerkers op de hoogte worden gesteld wanneer een kind in het weekend ziek is geweest, zodat hier rekening mee gehouden kan worden.

 

Medisch handelen

Pedagogisch medewerkers geven geen medicijnen aan de kinderen, mits er een toestemmingsformulier is ingevuld door de ouder(s).

  • Kinderen krijgen geen paracetamol/zetpillen toegediend zonder medische indicatie (bijvoorbeeld in geval van koortsstuipen)
  • Als kinderen toch medicijnen toegediend moeten krijgen, dienen de ouders/verzorgers hiervoor van te voren schriftelijke toestemming te geven
  • De pedagogisch medewerkers zorgen ervoor dat zij precies weten hoe de medicatie moet worden toegediend
  • Medicatie toedienen gebeurt niet door stagiaires
  • Medicatie toedienen gebeurt met schone handen in een schone omgeving
  • Gun het kind wat privacy als het daar behoefte aan heeft (bijv. het opnemen van de koorts)
  • Bij het anaal opnemen van de koorts wordt ervoor gezorgd dat de thermometer voor én na het gebruik schoongemaakt met alcohol
  • Draag bij wondverzorging altijd hygiënische handschoentjes, en gooi deze na het gebruik direct weg

 

Veiligheid en hygiëne

Veiligheid en hygiëne is een zeer belangrijk punt. Ouders/verzorgers moeten hun kinderen met een gerust hart achter kunnen laten op het kinderdagverblijf.

Elk jaar wordt er een Risico-Inventarisatie m.b.t. Gezondheid en Veiligheid opgesteld.

Deze Risico-Inventarisatie’s bevatten alle mogelijke risico’s omtrent gezondheid en veiligheid in de kinderopvang. Aan de hand van de Risico-Inventarisaties worden de Groepsregels m.b.t. Gezondheid en Veiligheid opgesteld. Deze hangen op de groep en alle medewerkers zijn verplicht deze groepsregels ten alle tijden na te leven. Dit wordt gecontroleerd door middel van observaties, groepoverleggen en functioneringsgesprekken.

 

Oudercontacten

De ouders/verzorgers zijn primair verantwoordelijk voor de zorg en opvoeding van hun kinderen. Deze zorg wordt gedurende de tijd dat het kind op het kinderdagverblijf is door de pedagogisch medewerkers overgenomen. Het is van belang dat de ouder/verzorger de gelegenheid krijgt om zijn wensen met betrekking tot de verzorging van het kind over te dragen aan de pedagogisch medewerkers.

De ouders/verzorgers kunnen er van verzekerd zijn dat er zorgvuldig om wordt gegaan met persoonlijke gegevens. Pedagogisch medewerkers zullen voorzichtig omgaan met informatie over kinderen in hun contacten met andere ouders/verzorgers.

 

Bij “de Oogappel” hebben de ouders de keuze om te kiezen voor een schriftje. Het is dan de bedoeling dat zowel de ouders/verzorgers als de pedagogisch medewerkers, de keren dat het kind op het kinderdagverblijf is, hier iets in schrijven. Voor de kleinste baby’s zal het veelal gaan om de eet,- en slaaptijden, maar hoe ouder de kinderen worden, hoe meer er geschreven gaat worden over het spel/ontwikkeling van de kinderen.

 

“de Oogappel” organiseert bij voldoende interesse van ouders/verzorgers, minimaal één maal per jaar een ouderavond met verschillende thema’s.

Tevens is er één keer per jaar een tien-minuten gesprek met de ouders over de ontwikkeling en het gedrag van het kind. Indien gewenst kan dit vaker.

 

Vertrouwenspersoon

Voor KDV “de Oogappel” is een vertrouwenspersoon aangesteld. Wij bieden hiermee de mogelijkheid om op vertrouwelijke basis te spreken over zaken waarbij de ouders het gevoel hebben niet terecht te kunnen bij de medewerkers, leidinggevende of directie van deze organisatie. De vertrouwenspersoon is onafhankelijk.

 

Opzeggen

De opzegtermijn  bedraagt één maand. Opzegging van het contract kan alleen schriftelijk of via de email.

 

Oudercommissie

KDV de Oogappel bv heeft een oudercommissie. De oudercommissie is noodzakelijk zodat ouders ook inspraak hebben op de handelswijze van de kinderopvang. De oudercommissie behartigd  de belangen van de kinderen en hun ouders zo goed mogelijk. Er wordt 3 à 4 keer per jaar vergaderd, meestal samen met de directie, maar ook zelfstandig. In de wet kinderopvang heeft de oudercommissie adviesrecht gekregen op belangrijke punten zoals bijvoorbeeld het pedagogisch beleid, voedingsbeleid, openingstijden, en veiligheid en gezondheid.  Daarnaast kunnen er onderwerpen worden aangebracht door de ouders.

 

Interne klachtenreglement
Als een ouder een klacht heeft gaat de directie van “de Oogappel” er van uit dat deze zo spoedig mogelijk met de betrokkene besproken wordt. Het aanspreekpunt is daarmee in beginsel de medewerkster op de groep. Mocht dit niet leiden tot een oplossing, dan kan de klacht worden besproken met de directie. Leidt dit ook niet tot een bevredigende oplossing, dan kan een klacht ingediend worden.
Een klacht dient schriftelijk of digitaal te worden ingediend. De klacht dient binnen een redelijke termijn na ontstaan van de klacht ingediend te zijn, waarbij 2 maanden als redelijk wordt gezien. De klacht wordt voorzien van dagtekening, naam en adres van de klager, eventueel de naam van de medewerkster op wie de klacht betrekking heeft, de locatie en de groep plus een omschrijving van de klacht.
Mocht de klacht een vermoeden van kindermishandeling betreffen, dan treedt de meldcode huiselijk geweld en  kindermishandeling in werking. Deze klachtenprocedure wordt daarmee afgesloten.

 

Behandeling klacht
De leidinggevende draagt zorg voor de inhoudelijke behandeling en registratie  van de klacht. Zij bevestigt schriftelijk de ontvangst van de klacht aan de ouder, houdt de klager op de hoogte van de voortgang van de behandeling van de klacht.

Afhankelijk van de aard en inhoud van de klacht wordt een onderzoek ingesteld.

Indien de klacht gedragingen van een medewerkster betreft, wordt deze medewerkster in de gelegenheid gesteld mondeling of schriftelijk te reageren.

De klachtenfunctionaris bewaakt de procedure en termijn van afhandeling.  De klacht wordt zo spoedig mogelijk afgehandeld, tenzij er omstandigheden zijn die dit belemmeren. In dat geval brengt de klachtenfunctionaris de klager  hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte. De klacht wordt in ieder geval binnen een termijn van 6 weken afgehandeld.

De klager ontvangt een schriftelijk en gemotiveerd oordeel over de klacht, inclusief concrete termijnen waarbinnen eventuele maatregelen zullen zijn gerealiseerd.

 

Extern klachtenreglement
Als de interne klachtafhandeling niet leidt tot een bevredigende oplossing of uitkomst, dan heeft de ouder de mogelijkheid zich te wenden tot de Geschillencommissie:
www.degeschillencommissie.nl
070 – 310 53 10

De ouder kan zich rechtstreeks wenden tot de Geschillencommissie indien van de ouder redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij onder de gegeven omstandigheden een klacht bij de houder indient. Ook als de klacht niet binnen zes weken tot afhandeling heeft geleid, kan de klacht worden voorgelegd aan de Geschillencommissie.

De klacht dient binnen 12 maanden, na het indienen van de klacht bij “de Oogappel” aanhangig gemaakt te zijn bij de Geschillencommissie.

 

Overzicht klachten
KDV de Oogappel bv krijgt jaarlijks een overzicht  van de klachten die zijn ingediend.

In 2017 zijn er geen klachten ingediend.